Stenen
Fossielen
Klassen
Zoek



<< Terug

Humerus Reuzenalk (Pinguinus impennis)


Vindplaats: NL, ZH, Monster, Zandmotor
Opgeborgen: Lade F3
Tijdperk: Nog niet in registratie opgenomen. ASAP uitvoeren.




Geologie, biologie en paleontologie zijn (naast nog tal van andere onderwerpen) al sinds mijn vroege jeugd onderwerpen die me bezig hebben gehouden. Mijn interesse in de wetenschappen is hierdoor in de loop der jaren alleen maar gegroeid en nu ik 50 ben (ja, ook ik ben over een aantal jaar op de de helft van mijn leven) weet ik hiervoor in mijn leven steeds meer een plekje te vinden.


In vroegere jaren werd mijn verzameling opgebouwd uit stukken die ik kreeg of kocht. Tegenwoordig zoek ik steeds vaker zelf, vooral in eigen land. Ondanks dat er in Nederland maar weinig plaatsen zijn waar vast gesteente dagzoomt zijn er wel degelijk de nodige mogelijkheden om leuke vondsten te doen. Zo heb je in Noord Nederland en langs de rivieren de mogelijkheid om leuke zwerfsteenvondsten te doen. Hierbij kun je denken aan gesteenten, maar ook wel degelijk aan fossielen. Aan de stranden zijn fossiele schelpen geen zeldzaamheid. In Zeeland komen hier regelmatig ook fossiele haaien- en roggentanden in beeld. En aan sommige stranden komen dankzij zandsuppleties om de kust te versterken ook oude botten tevoorschijn. Niet zelden worden er van diverse pleistocene zoogdieren zoals mammoeten, neushoorns, hyena's en vele andere dieren botten en kiezen gevonden. Maar ook van andere diergroepen zoals amfibieën of vogels worden er overblijfselen gevonden.


In 2023 was het voor mij op de Zandmotor, het strand ten noorden van Monster, weer eens prijs. Ik vond er een behoorlijk stuk van een bot dat ik niet helemaal thuis kon brengen. Het bot verdween na ontzilting in een bak om later verwerkt te worden. Van de week kwam ik het weer eens tegen. De platte kant deed me denken aan een rib, maar ik miste de kromming die je daarbij zou verwachten. Uitgaande van mijn beperkte kennis van het menselijk skelet ging mijn gedachte toen naar een spaakbeen of een kuitbeen, maar dan van een dier uiteraard. Maar aangezien ik graag zekerheid wilde besloot ik online om hulp te vragen. Er zitten zo ongelooflijk veel specialisten online, wie weet kon iemand me helpen.
Al snel werd bepaalt dat het om een opperarmbeen (humerus) van een vogel ging. Oei, daar had ik nooit aan gedacht, een vogel. Ook heel leuk! En snel daarna werd er een vermoeden uitgesproken dat al snel door diverse specialisten werd bevestigd. Wauw! Ik had er nooit op durven hopen, maar ik had toch wel iets heel bijzonders gevonden.


Het was een (groot deel van de) humerus van een Reuzenalk! Fossiel of subfossiel.
De reuzenalk (Pinguinus impennis) is een in 1844 uitgestorven zeevogel uit de familie van de alken (Alcidae). Anders dan de naam zou vermoeden is de alk geen nauwe verwant van de Pinguïns op het zuidelijk halfrond. De reuzenalk was zo'n 75 cm groot en woog met zijn kleine vleugeltjes tot 5 kg. Door deze kleine vleugels kon hij niet vliegen kon, maar duiken kon hij des te beter. Net als bij de Pinguïns zaten Zijn poten helemaal achteraan het lijf. Op het land was het dus een tamelijk hulpeloos wezen. Lopen ging niet fantastisch, maar duiken kon hij als de beste.


Ooit kwam de Reuzenalk voor in de hele Noord-Atlantische oceaan. In de winter kwam hij ooit ook voor in de Zuidelijke Noordzee, dus ook voor de Nederlandse kust. Broeden deed deze vogel op kale vlakke eilandjes, ver weg van vasteland, ijs en roofdieren als ijsberen. Omdat deze eilandjes schaars zijn broedde hij dus maar op een paar plaatsen in grote kolonies, waaronder een paar plekken aan de Groenlandse en IJslandse kust, met name op het eiland Geirfuglasker.


De zeevaart bracht door plunderende matrozen die hun voedselvoorraad aanvulden een zware slag toe aan de hoeveelheid dieren. Later werden de dieren om hun dons afgeslacht. Het vet werd als brandstof gebruikt. In 1785 waarschuwde een kapitein, George Cartwright, al voor hun mogelijke afsterven. De plunderingen hadden al dusdanig veel schade aangebracht dat hij zich zelfs in de 18e eeuw al realiseerde dat het zo niet langer kon. Door bijgeloof van de IJslandse bevolking was het dier tot in de 19e eeuw nog wel veilig op het eiland Geirfuglasker.

Helaas ging het eiland in 1830 door een vulkaanuitbarsting verloren. Het eiland hield op te bestaan en dus hadden de vogels geen toevluchtsoord meer. Ongeveer 40 vogels vestigden zich op een nabij IJsland liggend eilandje met de naam Eldey. Daar vielen ze ten prooi aan de wetenschap. Vooral in Groot-Brittannië was het in die tijd erg in zwang rariteiten op sterk water te zetten en zo ontstond er een handel in reuzenalkvellen. In 1844 werd het laatste paartje gedood en het laatste ei geraapt, dat nu te zien is in Stromness (Orkney). Men dacht in die tijd dat er verder naar het noorden nog wel meer zouden zijn, maar dat bleek niet het geval. De soort was voor altijd verloren.


Een opgezette reuzenalk en een reuzenalkei zijn onderdeel van de collectie van Naturalis in Leiden. Beide objecten zijn geen onderdeel van de vaste tentoonstellingen in het museum maar waren in 2020 en 2021 wel onderdeel van de tijdelijke tentoonstelling 200 jaar Naturalis. En ik heb nu een prachtig en groot deel van het opperarmbeen van deze prachtige vogel!